HUISHOUDELIJK REGELEMENT
(onder voorbehoud)
De navolgende regels zijn opgesteld om het beoefenen van de modelvliegsport
binnen onze vereniging zo soepel mogelijk te laten verlopen en de risico’s tot
een minimum te beperken. Wij veronderstellen dan ook dat ieder lid de
zelfdiscipline opbrengt zich aan deze regels te houden, zodat we nog lang en
prettig onze sport op ons vliegveld te kunnen uitoefenen.
1. LIDMAATSCHAP MVC CRASH EN LIDMAATSCHAP KNVvL
Ieder vliegend lid dient lid te zijn van de landelijke koepelorganisatie, de
Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL). Nieuwe leden zijn
voor de duur van 1 jaar aspirant lid en dienen gelijk met toetreding tot de MVC
CRASH lid te worden van de KNVvL. Tevens moeten alle vliegende leden een geldige
WA verzekering hebben, waarin het modelvliegen is opgenomen.
Het lidmaatschap/donauteurschap dient uiterlijk voor 1 december van het lopende
jaar schriftelijk opgezegd te worden. De vereniging verzorgt de opzegging van
het lidmaatschap bij de KNVvL en eindigt voor beide verenigingen op 31 december
van het lopende jaar.
Bij MVC CRASH is het niet toegestaan zelfstandig te vliegen zonder in het bezit
te zijn van een geldig veiligheidsbrevet van het desbetreffende
modelluchtvaarttype. Het Basis Veiligheidsregelement Modelvliegtuigen is van
toepassing.
Bij MVC Crash is het niet toegestaan om op het veld commerciële activiteiten uit
te oefenen, zoals training en/ of onderricht tegen betaling of vergoeding
anderszins.
2. VLIEGTIJDEN
De leden dienden zich te houden aan de door het Bestuur vastgestelde vliegtijden.
Deze zijn als volgt vastgesteld:
Maandag t/m vrijdag 10.00 t/m 21.00 u.
Zaterdag 10.00 t/m 18.00 u.
Zondag 13.00 t/m 18.00 u.
Vliegers met zweefmodellen met elektromotor die niet meer geluid veroorzaken dan
60 dbA, gemeten volgas, dwars op het model op een afstand van 3 meter en een
vlieghoogte van 2 meter, mogen gedurende de daglicht periode vliegen. Dit geldt
voor de gehele week. Op zondag vanaf 10.00 uur
Verder heeft het bestuur de donderdagavond vastgesteld als lesavond voor
leerling-vliegers en de woensdagavond voor leerling helicopter-vliegers. Een
leerling-vlieger is hij of zij die de grondbeginselen van het vliegen nog niet
beheerst en geen examen heeft afgelegd voor het veiligheidsbrevet. Dit wordt
beoordeeld door de aanwezige instructeurs. Als er op deze avond
leerling-vliegers aanwezig zijn, is het voor niet leerlingen niet toegestaan te
vliegen.
Het is niet toegestaan om commercieel/financieel vergoeding te vragen voor het
lesvliegen.
3. VELD
Sluit ALTIJD het hek van de hoofdingang aan de Achterdichting, ook als er op dat
moment geen vee loopt.
Parkeer uw auto op het verharde terrein bij het vliegveld.
Er mag niet met de auto op het vliegveld gereden worden tenzij met nadrukkelijke
toestemming van Het Bestuur.
Zorg dat u het schrikdraad altijd goed sluit i.v.m. het tegenhouden van
eventueel vee.
Het is niet toegestaan om honden en andere huisdieren naar het vliegveld mee te
nemen, laat uw huisdier dus thuis.
4. HET ZENDEN
Een zender moet type goedgekeurd zijn volgens Nederlandse normen.
Men mag de zender pas aanzetten als men in het bezit is van een bijpassende
frequentie-knijper.
De freq. Knijper vervalt bij het gebruik van 2.4Ghz zenders.
5. HET VLIEGEN
Een plattegrond met indeling van het vliegterrein bevindt zich in de caravan.
Tevens is de vlieghoek op deze plattegrond aangegeven. Volg overigens altijd de
instructies van Het Bestuur.
Plaats uw toestel(len) en startmateriaal in de ruimte die aangewezen is als
PITS.
Publiek mag in geen geval op het hoofdterrein komen maar dient achter het
veiligheidshek te blijven. Na verkregen toestemming van een van de leden of van
het Bestuur kunnen belangstellenden de pits bezoeken.
Elk toestel dient te zijn voorzoen van naam en adres van de eigenaar en moet
gekeurd worden op technische deugdelijkheid door een door het Bestuur aangewezen
keurmeester. Deze keurmeester geeft de eigenaar een sticker met zijn paraaf, die
vervolgens op een goed zichtbare plaats in het toestel gekleefd wordt.
Vervolgens laten de leerling-vliegers het toestel invliegen door een instructeur.
Het Bestuur, een instructeur of keurmeester kan in voorkomende gevallen
verbieden dat met een model, dat technisch niet in orde is, gevlogen wordt.
Modellen die vliegen met behulp van een motor dienen uitgerust te zijn met
zodanige geluidsdempende maatregelen dat de gestelde norm van 80 DBA niet
overschreden wordt, . Het Bestuur kan op elk willekeurig moment een geluidstest
doen. Als een te hoog niveau geconstateerd wordt, heeft het Bestuur het recht
direct een vliegverbod voor dat model op te leggen.
Het taxiën van toestellen is alleen toegestaan op het hoofdveld en niet in de
pits.
Het laten opstijgen van modellen is alleen toegestaan vanaf het hoofdveld. Dit
geldt alleen voor motor-aangedreven toestellen. Kies altijd een startbaan zo ver
mogelijk van de pits en het publiek af.
Voordat uw toestel de lucht in gaat dient u terdege te controleren of er geen
personen en/of goederen in gevaar worden gebracht. Controleer of alle functies
van uw toestel naar behoren werken (geen omgekeerde acties) en dat de accu’s vol
zijn.
Ga direct na het opstijgen en dus ook tijdens het vliegen langs de kant van het
hoofdveld staan, dit om andere vliegers de gelegenheid te geven veilig te
starten en te landen.
Laagvliegen boven het publiek, de pits, de geparkeerde auto’s of over vee is
verboden.
Het is voor vliegers van vliegtuigen met motoren ten strengste verboden om
buiten de aangegeven vlieghoek te vliegen. Voorkomen dient nu eenmaal te worden
dat men over geluidsoverlast begint te klagen. De gemeentelijke vergunning kan
op basis daarvan worden ingetrokken.
Landt nooit tussen uzelf en andere vliegers of publiek in.
Probeer zoveel mogelijk voor u gaat landen een landingscircuit te vliegen, dit
bevordert de routine bij het landen.
Meldt voordat u gaat landen luid en duidelijk aan uw collega-vliegers dat u gaat
landen.
Als uw toestel geland is, kijk dan voor u uw toestel ophaalt of er geen ander
toestel aan het lande is of een doorstart maakt.
Als er wordt gezweefd, kijk dan goed uit voor de lijnen op de grond of voor het
oplieren. Vermijdt zoveel mogelijk de plaatsen waar de zwevers zich ophouden.
De maximale vlieghoogte is conform de ‘Regeling Modelvliegen’ uit de
luchtvaartwet. Voor ons vliegveld is de maximale vlieghoogte 300m.
Voorlopig is er besloten dat er van vliegtuigen met motoren van 10cc of groter
slechts een model in de lucht mag zijn. Uitgezonderd van deze regel zijn
modellen met een viertakt-motor van 10cc. Als uitbreiding van het aantal
mogelijk is en dit geluidstechnisch geen probleem oplevert, dan zal Het Bestuur
voor een degelijke verruiming zo snel mogelijk beslissen.
Mochten er ook helicoptervliegers aanwezig zijn, dan dient er voor er gevlogen
wordt, overleg te worden gepleegd met de andere vliegers, zodat men van elkaar
geen hinder ondervindt.
Maak geen rommel op het veld of naburige weilanden. Mocht uw toestel en
noodlanding gemaakt hebben buiten het veld, zorg er dan voor dat er geen delen
van uw vliegtuig achterblijven.
Het is niet toegestaan te vliegen als er gemaaid wordt. Met het tijdstip van het
maaien zal zo veel mogelijk rekening worden gehouden met de vliegtijden.
Zonder gegronde reden heeft niemand toegang tot de naburige weilanden. Mocht u
onverhoopt toch deze weilanden betreden, loop dat zoveel mogelijk langs de
slootkanten in verband met eventueel “hoog gras”.
Het Bestuur wenst u een behouden vlucht.
Monnickendam, oktober 1987
Herzien: Volendam, januari 1995
Herzien: Purmerend, februari 2001
Herzien: Purmerend, februari 2005
Herzien: Purmerend, februari 2008
Herzien: Volendam, Februari 2010
Herzien: Volendam, Februari 2011
Het Bestuur MVC Crash
|